Wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt, komt vaak de term transitievergoeding ter sprake. Deze vergoeding is bedoeld als financiële ondersteuning voor werknemers die hun baan verliezen, bijvoorbeeld bij ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract. Toch heerst er regelmatig onduidelijkheid over wat deze vergoeding precies inhoudt, wie er recht op heeft en hoe de hoogte wordt vastgesteld. In deze blog lees je wat de transitievergoeding is en hoe je de hoogte van de transitievergoeding kunt berekenen volgens de huidige wettelijke regels.
Wat is de transitievergoeding?
De transitievergoeding is een wettelijk vastgestelde vergoeding die een werkgever moet betalen aan een werknemer wanneer de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd of niet wordt verlengd. Het doel van deze vergoeding is om de overgang – oftewel transitie – naar een nieuwe baan te vergemakkelijken. De werknemer kan het bedrag bijvoorbeeld gebruiken voor scholing, loopbaanbegeleiding of een periode zonder werk.
De transitievergoeding geldt voor zowel vaste als tijdelijke werknemers. Ook bij ontslag met wederzijds goedvinden kan er een vergoeding worden afgesproken, maar die hoeft niet altijd gelijk te zijn aan de wettelijke transitievergoeding.
Een werknemer heeft recht op deze vergoeding als:
- De werkgever het initiatief neemt tot beëindiging van het dienstverband.
- De werknemer niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
- De werknemer ten minste één dag in dienst is geweest (de vroegere grens van twee jaar geldt niet meer).
Hoe wordt de hoogte van de transitievergoeding berekend?
De hoogte van de transitievergoeding berekenen gebeurt volgens een vaste formule die is vastgelegd in de wet. De vergoeding bedraagt een derde maandsalaris per volledig dienstjaar, plus een evenredig deel voor de resterende maanden.
De berekening ziet er als volgt uit:
Transitievergoeding = (1/3 bruto maandsalaris) × aantal dienstjaren + evenredig deel voor resterende maanden.
Bij de berekening wordt uitgegaan van het bruto maandsalaris, inclusief vaste toeslagen zoals vakantiegeld, ploegentoeslag en dertiende maand. Variabele bonussen of winstuitkeringen worden in sommige gevallen ook meegerekend, afhankelijk van hun structurele aard.
Voorbeeld:
Een werknemer heeft 4 jaar en 6 maanden gewerkt bij een organisatie met een bruto maandsalaris van €3.000.
- 4 volle dienstjaren × (1/3 × €3.000) = €4.000
- 6 resterende maanden = (6/12 × 1/3 × €3.000) = €500
Totale transitievergoeding: €4.500 bruto.
Let op: er geldt een maximumvergoeding. In 2025 is dit maximaal €94.000 bruto of één jaarsalaris als dat hoger is dan het wettelijke maximum.
Wanneer wordt de transitievergoeding niet uitgekeerd?
Niet in alle situaties heeft een werknemer recht op deze vergoeding. Zo vervalt het recht op een transitievergoeding als:
- De werknemer zelf ontslag neemt, tenzij er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.
- De werknemer wordt ontslagen wegens ernstig verwijtbaar gedrag, zoals fraude of diefstal.
- Er in de arbeidsovereenkomst of cao al andere regelingen zijn getroffen die de transitie compenseren.
Daarnaast kan bij faillissement of surseance van betaling de werkgever worden vrijgesteld van betaling.

